Abbenes.net

   Welkom bij  dorpswebsite Abbenes.net!!

Oudste geboren en getogen Abbenesser Bertus Hoogkamer vertelt: deel 3

In 1963 verhuisde het gezin naar de Maria Margaretalaan nummer 18. Hij zoekt in het telefoonboek wel even op wie daar nu woont. Het huurverschil van de Hoofdweg (van 5 naar 2,50 gulden per week) was opgespaard in een potje.  Bij de verhuizing konden ze dat goed gebruiken. In de Margaretalaan was een kolenkachel, later gas. Toen de gasbel in Slochteren was gevonden in 1959, moest iedereen zo nodig op gas. Zijn echtgenote was een dochter van de grootste kolenboer van Sassenheim (Hoogkamer maakt daarbij het bekende ‘geld’ gebaar met vinger en duim).  De kolen kwamen van schoonvader, maar dat was niet gratis! Dat werd nauwkeuring bijgehouden, de Hoogkamertjes moesten eerst het erfdeel opstoken!

Na zijn werk in de landbouw ging Hoogkamer bij de Waterleiding werken en weer daarna bij de post. Als postbode moest je altijd fietsen. Post bezorgen op de brommer was verboden, omdat een collega op de brommer was doodgereden. Maar als Hoogkamer  een buitenwijk had, Venneperweg, Rijnlanderweg, Oude Wetering  e.d. , dan zette hij zijn brommer bij zijn broer achter. Hoogkamer haalde braaf met zijn fiets de post op bij het postkantoor, maar laadde dat dan bij zijn broer over op de brommer.  Hij dacht: “Als ze me dood rijden, weet ik er toch niets meer van”.

Hoogkamer heeft wel gerookt, Miss Blanche, maar slechts 2 á 3 sigaretten per dag, en dan nog maar één minuut per sigaret, daarna maakte hij ze uit. Nu rookt hij niet meer, ‘ je schiet er niets mee op’. Zijn vader rookte sigaren. Ter gelegenheid van de foto moest zijn vrouw zijn sigaar aansteken, zie hiernaast.

Jammer genoeg wordt het gehoor van Hoogkamer minder:  “Ik moet het er maar mee doen.  Maar als je vraagt: wil je 25 gulden van me hebben, dan hoef je het niet hard te doen haha!”


Hoogkamer heeft aan de wieg gestaan van de oprichting van de voetbalvereniging in Abbenes. Voor de oorlog was er niks. Er was slechts een voetbalclub voor een paar weken: contributie 3 cent. Er werd ’s zondags gevoetbald op een weitje achter bij Van de Schinkel. Ze zaten ook niet in een afdeling. In 1974 was er sinds enkele jaren een voetbalveld, Kagia voetbalde hier. Toen SV Abbenes werd opgericht en ook op het veld ging voetballen, wilde Kagia dat niet en is uitgeweken naar Lisserbroek.

 In 1975 begon Hoogkamer voor de Lotto te lopen, de lottoformulieren ophalen bij de mensen,  wel ruim 10 jaar, hij weet het niet precies meer. Zo kwam hij door het hele dorp en hoorde ook alle nieuwtjes. Ook kwamen ze wel eens bij hem op de koffie om een formulier  te halen. Het formulier was in drievoud, je stopte dat dan in een apparaat, een druk op de knop, en de klant kreeg het bovenste, de Lotto de middelste en Hoogkamer de onderste.  Hij kon dus zelf ook controleren of iemand een prijs had gewonnen. Zo ontdekte hij eens dat iemand 100.000 gulden in het cijferspel had gewonnen, maar buurman Derksen zat erbij en die had het niet zo breed. Hoogkamer gaf zijn vrouw een stootje niets te zeggen. De winnaar, Mees Kroon, die ook in de Maria Margaretalaan woonde,  verzocht Hoogkamer niet door te vertellen van zijn prijs. Maar toen vertelde een familielid het nieuwtje bij de groentekar van Jaap Biemond en ging het snel het dorp door.  Hoogkamer kreeg 100 gulden en ze gingen gezellig met zijn vieren dineren bij Kaagzicht.

Meneer Hoogkamer slaapt aardig maar houdt nog steeds de ‘boerengewoonte’ aan: om 5 à 6 uur opstaan, 2 sneetjes brood, kijken of de krant al komt. Maar dan wel tussen 9 à 10 uur ’s avonds weer naar bed.  Ja, en dan doe je overdags ook wel eens een dutje….

Hij gaat niet meer in de straat lopen zonder rollator, wil niet vallen. Hij woont prima naar zijn zin daar aan de Margaretalaan. Zijn vrouw heeft helaas maar 4 maanden in dit huis gewoond, voordat ze ziek is geworden en is overleden in de Bernardus. Je blijft ze missen,  ook al is hij al meer dan 10 jaar alleen.

Het is een mooi huis, hij mag niet meer naar boven van zijn kinderen. Maar de slaapkamer en douche zijn beneden, dus hij heeft ook eigenlijk niets te zoeken boven. Hij zit veel in zijn stoel in het  hoekje bij het raam. Als de bel gaat, moet hij rustig op staan, niet te snel, anders wordt hij draaierig. De Thuishulp komt zijn steunkousen aan- en uittrekken. Douchen doet hij nog zelf. Een vrouw hoeft Hoogkamer niet meer, “is véél  teveel werk aan” !

Hij kookt zijn eigen potje, is best kieskeurig op eetgebied. Hij eet graag rauw gebakken aardappels (geschaafd of in blokjes in de koekenpan, beetje vet erbij en af en toe omdraaien) met een lekker korstje erop, potje groenten, kippeboutje of –vlerk erbij en klaar is de maaltijd. Hoogkamer is geen grote eter meer. Hij eet ’s middags warm en ’s avonds brood.

Ik mag raden met welk eten we hem kunnen ‘pesten’. Soep? Nee, als je dan trakteren wil, dan met een pondje paling van de visboer!  “Velletje eraf, vlees van de graat, dáár kun je me wel mee pesten!”  Ik vind slapen mooi werk. Als je om een uur of 3 wakker wordt, is het nog wel lekker onder de deken. De elektrische deken gaat van 2 naar 1 zodra hij in bed stapt.

Hij is nooit echt ziek geweest. Maar wat wil je: bij de PTT elke dag op de fiets, 6 dagen in de week. Hoewel, heel vroeger heeft hij weleens in het ziekenhuis gelegen, maar dat kan hij zich niet meer herinneren, was circa 1 jaar. Hij heeft het gehoord van zijn moeder. Wil je het zien? Hup, vest uit, mouw los en omhoog en daar zitten twee littekens. Hij had een ‘beeneter’.  “Ik heb lekker been natuurlijk”.

Hoogkamer benadrukt nog maar eens dat hij dik tevreden is waar hij nu woont. Hij heeft leuke buurvrouwen, maar heeft niet zoveel contact. Hij herkent soms moeilijk mensen op straat, zijn ogen worden ook minder. Meestal zegt hij dan maar: “je moet eerst even zeggen wie je bent”.  Meneer Hoogkamer hoopt nog een paar jaar te blijven, heeft het goed naar zijn zin hier in ’t hoekie bij het raam.

 

 Noot van de redactie: inmiddels heeft meneer Hoogkamer helaas wèl gezondheidsproblemen.